Van het kaf en het koren

Is er nog wel toekomst voor de interimmer?

Interim walhalla
Een walhalla voor interimmers, zo zullen de laatste jaren van de vorige eeuw en de eerste van het nieuwe millennium de geschiedenisboeken in gaan. Meer professionals dan ooit waagden in die periode de stap naar het interimschap, op een steeds vroeger tijdstip in hun loopbaan. De economie groeide en bloeide immers, net als de tekorten op de arbeidsmarkt.

Zware seniors of jonge honden
En daarmee was ‘interimmen’ ineens niet meer het domein van de zware senior professional, die in de laatste jaren van zijn carrière het evangelie van zijn opgedane kennis verspreidde (niet alleen om meer vrijheid te hebben, maar ook zeker ook om ervaring om te zetten in klinkende euro’s). Het werd ook het speelveld van flexibele jonge honden.

De vraag of deze trend de kwaliteit van de beroepsgroep ten goede is gekomen is eigenlijk een retorische.

Er is toekomst voor interimmers
Tijdens de strategiesessies die we bij BBKwadraat regelmatig organiseren, is de toekomst van het interimschap een thema dat steeds weer terugkeert op de agenda. En eigenlijk is onze conclusie altijd weer dat er zeker een toekomst is voor (goede) interimmers.

Ja, natuurlijk zien wij ook dat de vraag naar generalisten afneemt en die naar specialisten toe; en ja, ook wij zien dat de inkoopprijzen sterk onder druk staan; en ja, wij signaleren dat er minder interimmers worden ingehuurd ter vervanging van tijdelijk afwezige vaste krachten. Toch blijven we positief. En met een reden (drie, om precies te zijn)

Drie redenen voor positiviteit
Waarom wij positief blijven over de toekomst van het interimschap:

  1. Het kaf is inmiddels van het koren gescheiden. De écht goede interimmers blijven over en de kwaliteit gaat omhoog. Aan kwaliteit is altijd behoefte. Een interimmer met een bewezen en aantoonbare staat van dienst, is niet snel te duur.
  2. Organisaties focussen steeds meer op hun basiswerkzaamheden. Specialisten huren ze in (via interim constructies, projectcontracten en tijdelijke contracten), omdat ze ze niet meer in huis hebben of omdat kennis aangevuld moet worden. Een goed gespecialiseerd cv is het antwoord.Denk bijvoorbeeld aan (HR) projecten zoals het opzetten van een Shared Service Center, Change Management vraagstukken, het ontwikkelen van Management Development-programma’s of het opzetten van mobiliteitscentra.
  3. Tenslotte zal de ommekeer van vast naar flexpersoneel de komende jaren echt doorzetten. Organisaties stemmen hun basisformatie slim af op het dal i.p.v. op de piek en overbruggen het verschil met flexkrachten, waaronder interimmers.

Vraag en aanbod in onbalans
Met name punt 3 heeft een directe relatie met de druk op de inkooptarieven. Het reguleren van de flexibele inzet krijgt meer omvang, wordt een grotere professie, waardoor het interessant wordt om de inkoopprijzen te verlagen. Maar voor kwaliteit zal altijd betaald worden.

Dat doet echter niets af aan het feit dat het oeroude principe van vraag en aanbod nog altijd de prijs zal bepalen. Als dit nu in onbalans is, dan gold dat zeker ook voor de hoogtijdagen van weleer. Menig interimmer die bij ons aan tafel zit, zal de eerste zijn om dit te beamen.

Scroll to top